Toevoeging van vitaminen en mineralen

Europese wetgeving
In Verordening (EG) nr. 1925/2006 staan regels over de toevoeging van vitaminen en mineralen en bepaalde andere stoffen aan voedingsmiddelen. Bijlage I en II van de verordening bevatten lijsten met vitaminen, mineralen en bepaalde andere stoffen die aan levensmiddelen mogen worden toegevoegd. De minimale en maximale gehaltes die gelden voor de vitaminen en mineralen staan nog ter discussie. Ook de lijst van toegestane stoffen is nog niet definitief. Totdat de maximale gehaltes zijn vastgesteld gelden de huidige nationale voorschriften inzake de maximum- en minimumhoeveelheden. Naast de Verordening (EG) nr. 1925/2006 gelden ook enkele nationale regels inzake toevoeging van vitamines en mineralen aan levensmiddelen, geregeld in het Warenwetbesluit Toevoeging micro-voedingsstoffen aan levensmiddelen.

De leden van de International Margarine Association of the Countries of Europe (IMACE) hebben in de 'Code of practice on vitamin A & D fortification of margarines and fat spreads' toegezegd aan margarines en smeerbare vetten vitamine A en D toe te voegen in een hoeveelheid tot: 

  • Vitamine A: 800 µg per 100 gram eindproduct; 

  • Vitamine D: 7,5µg - 10µg per 100 gram eindproduct. 

Nederlandse wetgeving
De toevoeging van vitamine A en D aan smeerbare vetproducten en bak- en braadproducten is in Nederland geregeld in artikel 5a in het Warenwetbesluit Toevoeging Micro-voedingsstoffen aan levensmiddelen. De tekst is opgenomen in artikel 4 van het Warenwetbesluit Smeerbare vetproducten. Vastgesteld is dat in gele vetsmeersels het gehalte van vitamine D maximaal 0,075 µg per gram mag bedragen.

Volgens het Warenwetbesluit Toevoeging Micro-voedingsstoffen aan levensmiddelen moet een verrijkt product minimaal 15 procent en maximaal 100 procent van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid per dagportie bevatten. In de EU-verordening zullen waarschijnlijk andere minimale en maximale hoeveelheden gaan gelden.

Middels het vitamineringsconvenant is geregeld dat de Nederlandse margarinefabrikanten en de handel de toevoeging van vitamine A en D waarborgen. Het convenant, dat op 1 december 2005 afliep, is nadien regelmatig verlengd en zal gelden totdat de maximale gehaltes vitaminen, mineralen en bepaalde andere stoffen zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1925/2006.  Vanaf 19 januari 2007 geldt tevens de nieuwe Warenwetregeling vrijstelling toevoeging foliumzuur en vitamine D. Volgens dit besluit mogen foliumzuur en vitamine D aan producten worden toegevoegd, zonder dat daarvoor ontheffing dient te worden aangevraagd bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De vrijstelling voor het toevoegen van vitamine D is gesteld op 4,5 µg/100kcal. Dit betekent dat alle producten met vitamine D die onder deze hoeveelheid blijven, zonder verdere toestemming op de markt kunnen worden gebracht. Voor light-producten geldt dat ten hoogste de hoeveelheden vitamine D mogen worden toegevoegd als toegestaan aan de desbetreffende soortgelijke (volvette) waren (met andere woorden: in een minarine mag je net zoveel vitamine D toevoegen als een margarine). Voor verrijking met hogere gehalten vitamine D dan de vrijgestelde waarden kan op individuele basis een ontheffingsverzoek worden ingediend. De regeling voor de smeerbare vetten blijft gehandhaafd.

Via de Warenwetregeling Vrijstelling vitamine D voor 60-plussers is geregeld dat het vitamine D-gehalte in gele vetsmeersels voor personen van 60 jaar en ouder minimaal 0,20 µg/gram en maximaal 0,25 µg/gram mag zijn. Deze vrijstellingsregel geldt niet voor gele vetsmeersels met een vetgehalte hoger dan 62%. Op het etiket van het vetsmeersel moet in hetzelfde gezichtsveld als de aanduiding van het voedingsmiddel worden vermeld dat het product bestemd is voor personen van 60 jaar en ouder.

Last modified: May 31, 2017 17:11