Voedselconsumptiepeiling 2012-2014 vergeleken met Richtlijnen goede voeding

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft door middel van een voedselconsumptiepeiling gekeken hoe volwassenen (19-79 jaar) aten tussen 2012 en 2014. Dit hebben ze vergeleken met de Richtlijnen goede voeding 2015 van de Gezondheidsraad. Uit dit onderzoek blijkt dat van de geconsumeerde smeer- en bereidingsvetten twee derde zacht of vloeibaar is.

Voor het gebruik van oliën en vetten blijkt dat volwassenen gemiddeld 27 gram aan smeer- en bereidingsvetten tot zich nemen. Vrouwen gebruiken een derde minder vetten dan mannen. Ook gebruiken jongere mannen en vrouwen (19-50 jaar) 20% minder vetten dan oudere mannen en vrouwen (51-79 jaar).

De richtlijn is om zoveel mogelijk vloeibare vetten te gebruiken. Volgens deze peiling zijn twee derde van de gebruikte vetten zachte vetten en oliën. Zachte vetten zijn alle halvarines, smeerbare margarines, vloeibaar bak- en braadvet en plantaardige oliën. Harde vetten zijn boter, harde margarine en harde bak- en braadvetten. Het percentage zacht vet varieert: bij mannen tussen 19 en 50 jaar is dit 71% van het totaal, bij oudere mannen en vrouwen is dit circa 63%.

Belangrijke bevindingen voor andere productgroepen waren dat de helft van de volwassenen de aanbevolen hoeveelheid zuivel en bruin en volkoren graanproducten per dag eet. De consumptie van groente en fruit was minder goed: 15% van de volwassenen haalt de richtlijnen hiervoor. Ook eet slechts een op de vijftien volwassenen 15 gram (of meer) ongezouten noten per dag, en worden peulvruchten eenmaal per drie weken gegeten, in plaats van wekelijks. De consumptie van suikerhoudende dranken is gemiddeld twee kleine glazen per dag, terwijl de aanbeveling is om daar zo min mogelijk van te nemen.

Klik hier voor de RIVM factsheet over dit onderzoek.
Klik hier voor het hele rapport.

Laatst gewijzigd: 10 juli 2017, 10:28