4 december 2015

EC: wettelijke limiet op TFA meest doeltreffende maatregel

Uit het rapport van de Europese Commissie dat op 3 december 2015 is voorgelegd aan het Europees Parlement en de Raad blijkt dat men een wettelijke limiet voor industriële transvetzuren de meest doeltreffende maatregel vindt. De Commissie wil, voor het nemen van een beleidsbeslissing, eerst een consultatieronde starten en een effectenbeoordeling uitvoeren om de omvang van het probleem en de verschillende mogelijke oplossingen te analyseren, met name de optie van een wettelijke limiet.

In Nederland is door zelfregulering het transvetzuurgehalte reeds gedaald naar zeer lage niveaus. Een dergelijke norm is voor Nederland dus niet nodig. Maar in specifieke subpopulaties in sommige EU lidstaten komen nog hoge innames voor. Omdat MVO voorstander is van een level playing field op Europees niveau, kan MVO zich vinden in de voorkeur van de Commissie voor een wettelijke limiet. Een EU norm zorgt namelijk voor gelijke concurrentievoorwaarden binnen Europa zodat alle voedselproducenten zich aan dezelfde regels moeten houden en iedereen op gelijke voet kan concurreren.

Wettelijke norm
De Commissie geeft in het rapport uitleg over de mogelijke maatregelen die de revue zijn gepasseerd om verdere verlaging van transvetzuren te realiseren.  Deze maatregelen zijn:

  • Verplichte etikettering van transvetzuren op de verpakking
  • Een wettelijke norm
  • Vrijwillige industrie convenanten
  • Begeleiding vanuit de EU bij wetgeving per lidstaat
  • Actie overlaten aan lidstaten en vrijwillige initiatieven

De invoering van een wettelijke grenswaarde zou volgens de Commissie tot de grootste verminderingen van de inname van industriële transvetzuren leiden. De potentiële voordelen voor de volksgezondheid zouden het hoogst zijn bij deze optie, aangezien alle producten hieronder zouden vallen en alle bevolkingsgroepen zouden profiteren van het terugdringen van transvetzuren, met inbegrip van de kwetsbaardere groepen. Door een geharmoniseerde wettelijke grenswaarde voor de hele EU vast te stellen, zou deze aanpak het risico voor verschillende nationale regelgevingen kunnen wegnemen.

Daarbij haalt de Commissie ook het besluit van de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) aan, waarmee gedeeltelijk gehydrogeneerde oliën niet meer ‘algemeen als veilig erkend’ worden. Volgens de Commissie is deze aanpak van de FDA niet onverenigbaar met een wettelijke EU limiet omdat hetzelfde doel wordt nagestreefd. Om te voorkomen dat een EU limiet handelsbelemmering oplevert met de VS zou, afhankelijk van de manier waarop een wettelijke limiet wordt vastgesteld, eventuele afwijkingen t.o.v. de wetgeving in de VS ook kunnen worden aangepakt.

Commissie geen voorstander van etikettering van transvetzuren
Met betrekking tot de etikettering van transvetzuren geeft de Commissie aan dat bij een geringe consumentenbewustzijn de effecten van verplichte vermelding van transvetzuren op het etiket beperkt zouden kunnen zijn. Ook zou er weinig druk op de fabrikanten worden uitgeoefend om hun producten te herformuleren. Bovendien is volgens de Commissie gebleken dat consumenten weinig inzicht hebben in de vermelding van transvetzuren op het etiket.

Momenteel is het nakijken van de lijst van ingrediënten van voorverpakte levensmiddelen op de aanwezigheid van gedeeltelijk gehydrogeneerde oliën de enige mogelijkheid voor consumenten om producten te herkennen die transvetzuren kunnen bevatten, hoewel dit volgens de Commissie niets zegt over het daadwerkelijke gehalte aan transvetzuren.

MVO vindt dat de verplichting om aan te geven of plantaardige oliën of vetten geheel of gedeeltelijk gehydrogeneerd zijn kan worden afgeschaft. Zoals de Commissie aangeeft in haar rapport, is de verplichting verwarrend, omdat consumenten de termen niet begrijpen en ze verkeerd interpreteren. Bovendien zegt de vermelding van deze techniek inderdaad niets over de vetzuursamenstelling van het product. Niet de toegepaste technologie maar de uiteindelijke (vetzuur)samenstelling, en daarmee de voedingswaarde van een product, is van invloed op de gezondheid van de consument.

Conclusie, procedure en MVO
Volgens de Commissie is een wettelijke grenswaarde voor het gehalte aan industriële transvetzuren de meest doeltreffende maatregel wat betreft de volksgezondheid, consumentenbescherming en harmonisering van de interne markt. De Commissie wil echter voor het nemen van een beleidsbeslissing eerst een openbare consultatieronde starten en een effectenbeoordeling uitvoeren om de omvang van het probleem en de verschillende mogelijke oplossingen te analyseren, met name de optie van een wettelijke limiet.

Het rapport is nu voorgelegd aan het Europees Parlement (EP) en de Raad.  De vraag is hoe het EP en de Raad op dit rapport zullen reageren. Op maandag 7 december zal de Europese GezondheidsRaad, de raad van ministers die over gezondheidsbeleid gaan,  zich buigen over het rapport. Het Nederlandse kabinet pleit ook voor een Europese wettelijke maximumnorm voor het gebruik van transvetzuren (naast een maximum voor zout, verzadigd vet en calorieën).

MVO blijft de ontwikkelingen nauwgezet volgen en heeft haar standpunt over transvetzuren voorgelegd aan het ministerie VWS. MVO voelt zich gesteund door de EC die inziet dat Europeanen geen kennis hebben over de termen (gedeeltelijk) geharde vetten en dat deze termen niets zeggen over de vetzuursamenstelling van een product.

Download hier het rapport van de EC.
Download hier het MVO standpunt over TFA.

Laatst gewijzigd: 4 december 2015