EEN MONDIAAL SPEELVELD

De Nederlandse oliën- en vettenindustrie is traditioneel sterk internationaal georiënteerd. Er worden voornamelijk sojabonen, raapzaad en zonnebloempitten en tropische oliën (palmolie, kokosolie, en palmpitolie) verwerkt. De gewassen worden afhankelijk van klimatologische omstandigheden in verschillende delen van de wereld geteeld. Sojabonen worden vooral geteeld in Noord- en Zuid-Amerika, palmolie komt uit Zuidoost-Azië (met name Indonesië en Maleisië), zonnebloempitten uit Oost- en Zuid-Europa, en raapzaad komt voornamelijk uit de Europese Unie, maar ook uit Canada, China en Australië. Daarnaast zijn olijfolie, lijnzaadolie, pindaolie, rijstolie, castorolie en sesamolie voorbeelden van oliën die in Nederland worden verwerkt en verhandeld.

Ruwe plantaardige grondstoffen komen als zaden of na een eerste bewerking in het land van herkomst veelal per boot aan in de Nederlandse havens. Gelet op dit wereldwijde werkveld is het niet verwonderlijk dat onze bedrijven een groot belang hebben bij onbelemmerde invoer van grondstoffen naar de Europese Unie, afschaffing van exportheffingen en -belemmeringen en liberalisering van de handel.

De tweede grondstoffenstroom wordt gevormd door dierlijke vetten. Slachtbijproducten (voornamelijk van Nederlandse slachterijen waar onder andere runderen en pluimvee worden geslacht voor menselijke consumptie) en geïmporteerde visolie (bijvoorbeeld van sardines of haring) worden verwerkt door vetsmelterijen, raffinagebedrijven en vetcompounders (voor samengestelde vetten).

*Doorvoer is niet meegenomen.

 

LEES VERDER

GA TERUG

NAAR DE INHOUDSOPGAVE