Home
Zoeken Menu

Actueel

Effect van koolzaadolie op bloedlipiden in vergelijking tot een gemiddelde westerse vetinname

Bij mensen met een of meer symptomen van het metabool syndroom hebben zowel een dieet met veel koolzaadolie (KO) als een dieet met veel ‘high oleic’ koolzaadolie (KOHO) een gunstig effect op de verschillende bloedlipiden, in vergelijking met een dieet met een vetzuurprofiel van een normaal westers voedingspatroon. Dit is de uitkomst van een onderzoek dat is uitgevoerd door onderzoekers van de Pennsylvania University. Het onderzoek is gepubliceerd in het Journal of Nutrition.

Tegenwoordig worden er steeds meer high oleic oliën gebruikt, oliën die meer oliezuur bevatten (C18:1) dan de originele variant. Zo’n olie Zo’n olie bevat doorgaans evenveel onverzadigde vetzuren, maar meer enkelvoudig onverzadigde vetzuren (EOV) en minder meervoudig onverzadigde vetzuren (MOV) dan de originele variant.  Deze oliën zijn door traditionele plantenveredeling verkregen. Er is nog weinig kennis over het effect van deze oliën op hart- en vaatziekten. Oliën met veel enkelvoudig onverzadigde vetzuren (EOV) zijn een alternatief voor oliën die tijdens verhitting stabiel moeten blijven en die hun stabiliteit anders uit een hoog verzadigd vet gehalte (VV) zouden halen.

Studieopzet
Deze dubbelblinde, gerandomiseerde studie, met een gecontroleerd dieet en een cross-over studiedesign vond plaats in een kliniek. Gedurende drie keer zes weken werd een gecontroleerde voeding gegeten waartussen vier weken van “neutralisatie” plaatsvond. De deelnemers in deze studie waren mannen en vrouwen tussen de 20 en 65 jaar met risicofactoren voor het metabool syndroom. Alle deelnemers kregen in een gerandomiseerde volgorde een van de diëten. Het dieet met koolzaadolie, het dieet met koolzaadolie hoog in oliezuur of het controledieet met een westerse vetzuurprofiel (een mengsel van ghee, saffloer olie, kokosolie en lijnzaadolie).

De drie diëten waren isocalorisch (3000 kcal) en waren identiek in het percentage energie uit de verschillende macronutriënten. De interventieoliën waren ongeveer 18% van het totaal aan energie in de diëten. Ter vergelijking: dit is ongeveer de helft van een gebruikelijke inname aan vet (35 en%). Het westerse controledieet bevatte meer VV en minder EOV dan het KO en KOHO dieet. Het gehalte aan MOV was ongeveer gelijk voor het westerse dieet (9,9 en%) en het KO dieet (9,2 en%) en was wat minder bij het KOHO dieet (7,0 en%).

Metingen

Aan het begin en einde van elke interventieperiode werden er antropometrische metingen gedaan, bloeddruk gemeten, DXA scans gemaakt en bloed afgenomen.
Uit het bloed werden de volgende eindpunten geanalyseerd: : totaal cholesterol (TC), triglyceriden (TG), LDL- en HDL-cholesterol, non-HDL-cholesterol, apo-lipoproteïne A1, apo-B, ratio TC:HDL-cholesterol, ratio apoB:apoA1. Het effect van de diëten werd berekend door het verschil in de bloedconcentraties tussen de diëten te vergelijken aan het eind van de studieperiode. Ook werd het verschil in de bloedwaarden tussen het begin en einde van de periode berekend per dieet.  

Resultaten

De resultaten van de interventies laten zien dat de diëten met KO en KOHO resulteren in significant lagere waardes voor TC, LDL-cholesterol, apo-B en non-HDL-cholesterol, vergeleken met het controle dieet. Er was geen significant verschil tussen KO en KOHO voor deze parameters. Bij de ratio TC:HDL- cholesterol en de ratio apoB:apoA1 had alleen het KOHO dieet (en niet het KO dieet) significant lagere waardes vergeleken met het controle dieet. Daarnaast zijn ook de verschillen bekeken tussen het begin en het einde van de dieetperiode met dezelfde olie. Hieruit blijkt dat alle diëten de gehaltes TC, LDL-C, non-HDL-C, HDL-C, apo-B en apo-A1 significant verlaagden. Alle drie de diëten zorgden voor een afname van het gewicht van ongeveer 1 kg in vier weken. Omdat de afname bij alle groepen hetzelfde is, is het niet waarschijnlijk dat dit invloed heeft op de uitkomsten van het onderzoek.

Conclusie

Deze resultaten laten zien dat zowel een dieet met veel koolzaadolie als een dieet met veel high oleic koolzaadolie voor 42 dagen een gunstig effect heeft op de verschillende bloedlipiden, in vergelijking met een westers vetinname patroon bij deelnemers met symptomen van het metabool syndroom. Het KO en KOHO-dieet bevatten minder VV en meer EOV dan het westers dieet. Het onderzoek geeft aan dat KO en KOHO een vergelijkbaar positief effect hebben op atherogene lipiden en lipoproteïnen.

Discussie

Het verschil tussen KO en KOHO is niet erg groot. Dit komt waarschijnlijk doordat de beide diëten niet veel in vetzuursamenstelling van elkaar verschilden (het KOHO dieet bevatte iets meer EOV en iets minder MOV dan het KO dieet). Het verschil was bovendien misschien niet groot doordat het onderzoek per dieet slechts vier weken omvatte. Hierdoor kan er geen conclusie getrokken worden over de lange termijn effecten of over hogere doses van de interventie-oliën, dit is onderwerp voor nader onderzoek. In toekomstig onderzoek zou ook naar dierlijke vetzuren in het controle-dieet gekeken kunnen worden. Deze vetzuren maken via de inname van vlees en zuivel een wezenlijk onderdeel uit van een westers dieet.

Sterke punten van het onderzoek zijn dat het een gecontroleerd, dubbelblind, gerandomiseerd, cross-over voedingsonderzoek was met een groot aantal deelnemers en dat oliën onderzocht zijn die regelmatig gebruikt worden.

Samenvattend kunnen we zeggen dat KO en KOHO beide het vetprofiel in het bloed verbeteren, en dat het vervangen van verzadigde vetzuren door KOHO of KO (enkelvoudig onverzadigde vetzuren) in het voedingspatroon de waardes van vetten en lipoproteïnen in het bloed verbetert, en daarmee het risico op atherosclerotische hart- en vaatziekten te vermindert.

De samenvatting van de studie is hier te lezen.


Professionals |

Deel deze pagina: