18 oktober 2013

De rol van voedingsvet bij de preventie van obesitas en diabetes

Een vetarm dieet is minder effectief bij het voorkomen van gewichtstoename en diabetes in vergelijking met een voeding die bestaat uit vetten en de juiste koolhydraten, mits beide met mate worden geconsumeerd. Dit was een van de bevindingen die naar voren kwam tijdens het symposium van het International Expert Movement on the Health significance of fat quality in de Diet (IEM) over de rol van vetten in de voeding bij de preventie en behandeling van het metabool syndroom. Het symposium stond onder auspiciën van het International Union of Nutritonal Science (IUNS), en vond plaats op 19 september in Granada.

Patiënten met het metabool syndroom hebben een verhoogde kans op het krijgen van hart- en vaatziekten, diabetes, beroerte of andere ziekten die gerelateerd zijn aan een overtollig lichaamsvet, vooral buikvet. Mensen met het metabool syndroom hebben zelfs vijf keer meer kans op het krijgen van diabetes dan mensen zonder dit syndroom. Belangrijke componenten bij de behandeling van het metabool syndroom zijn gewichtsverlies en veranderingen in levensstijl.

 

Consensus
Uit het symposiumdebat kwam naar voren dat er nog veel wetenschappelijke discussie is over de sleutels tot succesvol gewichtsverlies. Ondanks dit academisch debat, is het volgens professor Susan Jebb (universiteit van Oxford, Department of Primary Care Health Sciences) van belang dat de boodschap naar de consument duidelijk is. De strijd tegen overgewicht dient zich vooral te richten op het terugdringen van de totale energie-inname. Jennifer Fleming (Pennsylvania State University, Department of Nutritional Science) benadrukte in haar presentatie dat dieettrouw een van de belangrijkste factoren is voor gewichtsverlies. Dieettrouw is hoog bij personen met insulineresistentie/ metabool syndroom die een koolhydraatarm dieet volgen. Koolhydraatarm dieet blijkt daarom succesvoller dan een vetarm dieet bij personen met het metabool syndroom. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat mensen met dit syndroom gebaat zijn om onverzadigde vetten (EOV en PUFA) te gebruiken in plaats van koolhydraten.

 

Onderzoek
Over de rol van voedingsvet bij de ontwikkeling van obesitas en insulineresistentie is de wetenschappelijke kennis nog beperkt en is meer onderzoek nodig. Uit dierstudies blijkt wel dat er een relatie kan zijn tussen de inname van verzadigde vetzuren en een toename van vetopslag in het lichaam. Of dit mechanisme ook bij mensen plaatsvindt is nog onvoldoende onderzocht.
Enkele recente observationele- en interventiestudies suggereren wel verschillende effecten van verschillende vetzuren op de buikvetophoping: meervoudig onverzadigde vetzuren (PUFA) kunnen minder vetopslag geven vergeleken bij verzadigde vetten. Dit is in lijn met ander onderzoek waaruit blijkt dat PUFA (vooral omega – 6 vetzuren) de insulinegevoeligheid iets verbetert bij de mens.

 

Een ander belangrijk onderwerp op het symposium was de grote invloed van de voeding tijdens zwangerschap, borstvoeding en vroege jeugd op het lange termijn risico op obesitas en bijkomende metabole stoornissen, zoals insulineresistentie en diabetes. De algemene consensus is dat zwangere en vrouwen die borstvoeding geven moeten streven naar een adequate inname van de linolzuur (LA) en alfa-linoleenzuur (ALA), evenals een gemiddelde DHA inname van minimaal 200 mg per dag.

 

Download hier een factsheet met hoofdpunten uit de lezingen.

Download hier de infograph van het symposium.

Laatst gewijzigd: 24 december 2013