WHO: (overheids)beleid reductie transvet effectief Transvetinname in Nederland onder WHO-aanbeveling door zelfregulering

n landen waar het overheidsbeleid is gericht op het beperken van transvetzuren in de voeding, worden significante reducties van transvetzuren bereikt. Vaak verbetert de vetzuursamenstelling van de producten zonder dat het totale vetgehalte toeneemt.

Dit blijkt uit een recent verschenen rapport van de World Health Organisation (WHO).

Uit het rapport blijkt dat het in Nederland met vrijwillige maatregelen is gelukt het transvetzuurgehalte terug te dringen. Nederland heeft een inname beneden de WHO aanbeveling die voorschrijft dat minder dan 1% van de energie-inname mag komen van transvetzuren. De auteurs beschouwen dit resultaat als 'typisch Nederlands'. Volgens het rapport heeft Nederland een lange voorgeschiedenis in het oplossen van maatschappelijke vraagstukken door samen te werken met verschillende branches binnen de samenleving. Door deze zelfregulering is een 20% reductie van de inname van transvetzuren gevonden.

De WHO heeft de effectiviteit van beleid, inclusief zelfregulering, gericht op het terugdringen van industriële transvetzuren beoordeeld aan de hand van 26 studies. Vijf studies gaan over het effect van zelfregulering, 8 studies over het effect van etikettering, 4 studies over het effect van etikettering en vrijwillige beperkingen, 5 studies over een lokaal verbod op transvetzuren en 4 studies over een nationaal verbod op transvetzuren. Landen die in de studies zijn meegenomen zijn: Brazilië, Canada, Coast Rica, Denemarken, Nederland, Korea en de VS.

Download hier de infokaart over transvetzuren.

Laatst gewijzigd: 24 december 2013