Linolzuur-onderzoek leidt niet tot ander voedingsadvies Wetenschappers en Voedingscentrum onderschrijven MVO statement omega-6 vetzuren

Recent wetenschappelijk onderzoek dat vraagtekens plaatst bij de positieve effecten van het vervangen van verzadigde vetzuren door omega-6 vetzuren, leidt niet tot andere voedingsadviezen. Voor alle volwassenen en kinderen, en vooral ook voor mensen met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten of diabetes, blijft het advies om verzadigde vetten in de voeding zoveel mogelijk te vervangen door meervoudig onverzadigde vetten.

Nieuw onderzoek
In het recente onderzoek van Ramsden et al (BMJ, febr. 2013) zijn oude gegevens uit de Sydney Diet Heart Study (SDHS) opnieuw geanalyseerd. De SDHS was een interventiestudie die is uitgevoerd van 1966 tot 1973. Gedurende het onderzoek werden 458 mannen met hartproblemen in de leeftijd van 30 tot 59 jaar met elkaar vergeleken. Eén groep werd gevraagd om hun inname van verzadigd vet te beperken tot minder dan 10% van hun dagelijkse energie-inname en tegelijkertijd de inname van meervoudig onverzadigde vetzuren te verhogen tot 15 energie%. Deze groep gebruikte een specifieke olie bestaande uit vooral omega-6 vetzuren en zonder omega-3 vetten. De andere groep ontving geen specifieke dieetinstructies. Uit het onderzoek bleek dat de mannen die hun dieet hadden aangepast een grotere kans hadden om eerder te overlijden aan hart- en vaatziekten dan zij die hun voeding niet aanpasten.

Kanttekening
Het dieet dat in de test werd gebruikt, had een erg hoge dosis omega-6 (linolzuur), hoger dan door Nederlandse en internationale autoriteiten wordt aanbevolen, en waarschijnlijk minder omega-3. Helaas wordt over dat laatste niet gerapporteerd. In Nederland geldt de aanbeveling om niet meer dan 12 en% meervoudig onverzadigde vetzuren te gebruiken. Hierin zijn zowel omega-3 als omega-6 vetzuren begrepen. Een bovengrens voor omega-6 vetzuren kennen we in Nederland niet, maar wordt door de WHO op 9 en% gesteld. Wel is er een aanbeveling voor linolzuur van 2% (ter voorkoming van deficiëntie). In lijn met deze aanbevelingen bevatten de margarineproducten die in Nederland verkrijgbaar zijn vooral onverzadigd vet (waaronder omega-3 en omega-6 vetzuren) en een laag gehalte verzadigd vet. De gemiddelde linolzuurinname in Nederland bedraagt momenteel circa 7 en%.

Wetenschappelijke consensus
Een groot aantal wetenschappelijke onderzoeken onderbouwen al vele jaren de aanbeveling om verzadigde vetzuren te vervangen door (meervoudig) onverzadigde vetzuren. Gezondheidsautoriteiten over de hele wereld bevelen de vervanging van verzadigde vetten, door zowel omega-3 áls omega-6 vetzuren, aan om het risico op hart- en vaatziekten te beperken. Het recente onderzoek van Ramsden et al. vormt geen aanleiding de adviezen aan te passen. Eerder onderzoek toont duidelijke voordelen van omega-6 consumptie aan wat betreft bloedlipidenniveaus (Mensink 2003) en ook recentere studies tonen aan dat een hogere inname van zowel omega-6 als totaal meervoudig onverzadigd vet leidt tot een afname van het risico op hart- en vaatziekten (Ramsden 2010, Mozaffarian 2010, Jakobsen 2009).

Wetenschappers en Voedingscentrum onderschrijven MVO statement
Een aantal wetenschappers heeft bij monde van prof. dr. Gerard Hornstra (lid van de International Expert Movement on Health Significance of Fat Quality of the Diet en voorzitter van de Stuurgroep Kies Gezond Vet) gereageerd op het recente onderzoek van Ramsden et al. naar de relatie tussen linolzuur en hart- en vaatziekten. Hornstra plaatst een aantal kanttekeningen bij het onderzoek en concludeert dat er geen aanleiding is voor wijziging van het advies om verzadigde vetten in de voeding te vervangen door meervoudig onverzadigde vetten.

Ook het Voedingscentrum geeft aan dat je omega-6-vetzuren in halvarine, zoals linolzuur, gerust op je brood kunt eten. Een laagje halvarine is juist goed voor je, concludeert het Voedingscentrum.

Laatst gewijzigd: 24 december 2013