7 februari 2013

Productschap MVO: Statement naar aanleiding van BMJ publicatie over omega-6 vetzuren

Recent wetenschappelijk onderzoek dat vraagtekens stelt bij de positieve effecten van het vervangen van verzadigde vetzuren door omega-6 vetzuren leidt niet tot andere voedingsadviezen. Voor alle volwassenen en kinderen, en vooral ook voor mensen met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten of diabetes blijft het advies om verzadigde vetten in de voeding zoveel mogelijk te vervangen door meervoudig onverzadigde vetten.

Nieuw onderzoek
In het recente onderzoek van Ramsden et al (BMJ, febr. 2013), zijn oude gegevens uit de Sydney Diet Heart Study (SDHS) opnieuw geanalyseerd. De SDHS was een interventiestudie die is uitgevoerd van 1966 tot 1973. Gedurende het onderzoek werden 458 mannen met hartproblemen in de leeftijd van 30 tot 59 jaar, met elkaar vergeleken. Eén groep werd gevraagd om hun verzadigd vet inname te beperken tot minder dan 10% van hun dagelijkse energie-inname en tegelijkertijd de inname van meervoudig onverzadigd vetzuren te verhogen tot 15 energie%. Deze groep gebruikte een specifieke olie bestaande uit vooral omega-6 vetzuren, en zonder omega-3 vetten. De andere groep ontving geen specifieke dieet instructies. Uit het onderzoek bleek dat de mannen die hun dieet hadden aangepast een grotere kans hadden om eerder te overlijden aan hart- en vaatziekten dan zij die hun voeding niet aanpasten.

Kanttekening
Het dieet dat in de test werd gebruikt, had een erg hoge dosis omega-6 (linolzuur), hoger dan door Nederlandse en internationale autoriteiten wordt aanbevolen, en waarschijnlijk minder omega-3. Helaas wordt over dat laatste niet gerapporteerd. In Nederland geldt de aanbeveling om niet meer 12 en% meervoudig onverzadigde vetzuren te gebruiken. Hierin zijn zowel omega-3 als omega-6 vetzuren begrepen. Een bovengrens voor omega-6 vetzuren kennen we in Nederland niet maar wordt door de WHO op 9 en% gesteld. Wel is er een aanbeveling voor linolzuur van 2% (ter voorkomen van deficiëntie). In lijn met deze aanbevelingen bevatten de margarineproducten die in Nederland verkrijgbaar zijn vooral onverzadigd vet (waaronder omega-3 en omega-6 vetzuren) en een laag gehalte verzadigd vet. De gemiddelde linolzuurinname in Nederland bedraagt momenteel ca. 7 en%.

Wetenschappelijk consensus
Een groot aantal wetenschappelijke onderzoeken onderbouwen al vele jaren de aanbeveling om verzadigde vetzuren te vervangen door (meervoudig) onverzadigde vetzuren. Gezondheidsautoriteiten over de hele wereld bevelen de vervanging van verzadigde vetten, door zowel omega-3 áls omega-6 vetzuren, aan om het risico van hart- en vaatziekten te beperken. Een enkele studie met schijnbaar afwijkende resultaten brengt daarin vooralsnog geen verandering.

Aanbevelingen
Het Voorlichtingsbureau MVO baseert zich bij zijn adviezen op de aanbevelingen van de Nederlandse Gezondheidsraad en organisaties als het Voedingscentrum en de Europese Voedingsautoriteit (EFSA). Het recente onderzoek van Ramsden et al, is geen aanleiding de adviezen aan te passen. Eerder onderzoek toont duidelijke voordelen van omega-6 consumptie op bloedlipiden niveaus (Mensink 2003) en ook meer recente studies tonen aan dat een hogere inname van zowel omega-6 als totaal meervoudig onverzadigd vet leidt tot een afname van het risico op hart en vaatziekten (Ramsden 2010, Mozaffarian 2010, Jakobsen 2009) .

Het artikel van Ramsden et al (BMJ, Febr.2013)

Diverse reacties van wetenschappers, waaronder van prof. dr. G. Hornstra, voorzitter van de Stuurgroep Kies Gezond Vet


------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Bronnen:
British Medical Journal, Use of dietary linoleic acid for secondary prevention of coronary heart disease and death: evaluation of recovered data from the Sydney Diet Heart Study and updated meta-analysis, by Christopher E Ramsden, Daisy Zamora, Boonseng Leelarthaepin, Sharon F Majchrzak-Hong, Keturah R Faurot, Chirayath M Suchindran, Amit Ringel, John M Davis, Joseph R Hibbeln. BMJ 2013;346:e8707

Ramsden CE, Hibbeln JR, Majchrzak SF, Davis JM. n-6 fatty acid-specific and mixed polyunsaturate dietary interventions have different effects on CHD risk: a meta-analysis of randomised controlled trials. Br J Nutr 2010 Dec;104(11):1586-600.

Mozaffarian D, Micha R, Wallace S. Effects on coronary heart disease of increasing polyunsaturated fat in place of saturated fat: a systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. PLoS Med 2010;7(3):e1000252.

Jakobsen MU, O'Reilly EJ, Heitmann BL, Pereira MA, Balter K, Fraser GE, Goldbourt U, Hallmans G, Knekt P, Liu S, Pietinen P, Spiegelman D, Stevens J, Virtamo J, Willett WC, Ascherio A. Major types of dietary fat and risk of coronary heart disease: a pooled analysis of 11 cohort studies. Am J Clin Nutr 2009 May;89(5):1425-32.

Mensink RP, Zock PL, Kester AD, Katan MB. Effects of dietary fatty acids and carbohydrates on the ratio of serum total to HDL cholesterol and on serum lipids and apolipoproteins: a meta-analysis of 60 controlled trials. Am J Clin Nutr 2003 May;77(5):1146-55.

EFSA Journal 2010; 8(3):1461 [107 pp.]. doi:10.2903/j.efsa.2010.1461Scientific Opinion on Dietary Reference Values for fats, including saturated fatty acids, polyunsaturated fatty acids, monounsaturated fatty acids, trans fatty acids, and cholesterol.

Gezondheidsraad, Richtlijnen goede voeding 2006. Den Haag: 2006.

Voedingscentrum, Richtlijnen voedselkeuze, maart 2011.

Laatst gewijzigd: 24 december 2013