28 januari 2015

Verhoging biobrandstofproductie zonder indirecte effecten mogelijk

Indirect Land Use Change als gevolg van biomassaproductie voor transportbrandstoffen kan worden voorkomen. Dat is de conclusie van onderzoek van wetenschappers van het Copernicus Instituut voor Duurzame Ontwikkeling van de Universiteit Utrecht. De juiste maatregelen kunnen dit voorkomen, blijkt uit het onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van de Commissie Corbey. MVO en Fediol hebben geparticipeerd in een van de vier casestudies die zijn uitgevoerd om de hypothese van het hoofdonderzoek te bevestigen.

Tot nu toe werd het risico van indirecte effecten geanalyseerd met economische modellen, en werden concrete maatregelen die verplaatsing kunnen tegengaan niet meegenomen. De onderzoekers combineerden die twee elementen in vier verschillende casestudies, waardoor ze een veel completer beeld kregen, en dus tot betere adviezen kunnen komen.

Maatregelen voor vermindering ILUC

Samen met collega’s Marnix Brinkman, Sarah Gerssen-Gondelach en Carina van der Laan (allen Universiteit Utrecht) en prof. dr. André Faaij (Rijksuniversiteit Groningen) stelde Wicke een aantal maatregelen op waarmee ILUC voorkomen kan worden.

Uit de casestudies blijkt dat ongewenste landgebruiksveranderingen door biobrandstof kunnen worden voorkomen. “Eén van de case studies hielden we in Polen. Daar bleek dat de landbouwgrond in één provincie al de potentie had om de hele Poolse tweede generatie biobrandstoftarget voor 2020 te halen – zonder indirecte effecten”, vertelt Wicke.

Ook de andere drie casestudies laten zien dat grote hoeveelheden biobrandstof kunnen worden geproduceerd met weinig risico op indirecte effecten. De onderzochte landbouwgrond (ongeveer zes procent van alle landbouwgrond in de Europese Unie) kan in 2020 genoeg biobrandstof produceren om aan een tiende van de Europese vraag voor hernieuwbare energie bestemd voor wegtransport te voldoen.

Hoge potentie

“Door duurzame intensivering van de hele landbouwsector en door onbenutte grond te gebruiken voor extra productie kunnen we de totale productie flink vergroten”, vertelt Wicke. “Zo hoeven gewassen niet verplaatst te worden en is uitbreiding van landbouwgrond in natuurgebieden overbodig. Het is hoe dan ook essentieel dat Europa een strategie ontwikkeld om de synergie tussen landbouw en bio-energie te maximaliseren. Aan maatregelen die enkel gericht zijn op biobrandstoffen hebben we niet genoeg.”

“De maatregelen die we in onze conclusies stellen zijn niet alleen nuttig voor de biobrandstofindustrie”, besluit Wicke. “Wereldwijd kan de hele landbouwsector hier profijt van hebben.”

Ook de FAO is inmiddels deze mening toegedaan. FAO Director-General José Graziano da Silva gaf tijdens het Global Forum for Food and Agriculture in Berlijn in een presentatie aan dat het niet langer food versus fuel, maar naar food én fuel gekeken zou moeten worden. "biobrandstoffen moet niet alleen gezien als een bedreiging of als een magische oplossing. Maar net als alle andere oplossingen, ze kunnen goed of slecht doen.", aldus Graziano da Silva.

Klik hier voor de samenvatting van het syntheserapport. Klik hier voor het volledige rapport. Klik hier voor een PowerPointpresentatie met de belangrijkste bevindingen van het onderzoek. Klik hier voor meer informatie en alle deelrapporten. Het rapport over ILUC-mitigatie bij de productie van biodiesel uit raapzaad in Roemenië verschijnt begin februari 2015.

 

Laatst gewijzigd: 28 januari 2015