20 november 2018

Wat eet Nederland Nieuwe voedselconsumptiepeiling verschenen over de jaren 2012 - 2016

Op 20 november 2018 is de voedselconsumptiepeiling over de periode van 2012 – 2016 gepubliceerd. Hieruit blijkt dat Nederlanders de laatste jaren meer fruit zijn gaan eten. De consumptie van alcohol, aardappelen, vetten en oliën, zuivel, suiker en snoepgoed en vlees nam af. Hoge innames worden o.a. gezien voor vetten, verzadigde vetzuren en (hoewel afnemend) alcohol. De inname van koolhydraten, eiwitten, onverzadigde vetzuren en transvetzuren in Nederland voldoet aan de aanbevelingen, aldus het rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu. De meeste verzadigde vetzuren zijn afkomstig van zuivel (33%) gevolgd door vlees(producten) (19%), voor onverzadigde vetzuren zijn dit vooral de vlees(producten), gevolgd door de vetten en oliën.

Uit het onderzoek blijkt verder dat de inname van alfa-linoleenzuur en van vezel laag is. De inname van het vetoplosbare vitamine D is laag bij senioren. De meeste vitamine D komt uit vetten en oliën (27,5% van de totale inname).

Inname oliën en vetten

Nederlanders eten gemiddeld 22 gram vetten en oliën per dag. Mannen eten meer vetten en oliën (26 g/dag) dan vrouwen (19 g/dag). 10% van de vetten en oliën is boter. Volwassenen eten meer vetten en oliën (24 g/dag) dan kinderen (17 g/dag).  Volwassenen met normaal-/ondergewicht eten meer vetten en oliën (25 g/dag) dan volwassenen met overgewicht/obesitas (22 g/dag). Laagopgeleide volwassenen eten vrijwel evenveel vetten en oliën (24 g/dag), als hoogopgeleide volwassenen (23 g/dag). Ten opzichte van vijf jaar geleden is de consumptie van oliën en vetten gedaald. Dit is een daling van bijna 15% vergeleken met de VCP 2007 – 2010. De inname ligt onder de aanbeveling van het Voedingscentrum. Vrouwen moeten dagelijks 40 gram oliën en vetten gebruiken en mannen 65 gram. De meeste oliën en vetten worden gegeten tijdens het diner gevolgd door de lunch.

 

 

Macronutriënten

Energie
De inname van energie is in Nederland gemiddeld 2129 kcal/dag. De inname is hoger voor jongens/mannen (2439 kcal/dag) dan voor meisjes/vrouwen (1817 kcal/dag). De inname van energie is voor volwassenen hoger (2209 kcal/dag) dan voor kinderen (1830 kcal/dag). Dit komt vooral door de hogere inname door volwassen mannen. De belangrijkste bron voor energie is de productgroep brood, granen, rijst en pasta. Deze groep levert ruim 22% van de energie, gevolgd door zuivel (15%) en vlees(producten) (11%). 

 

Totaal vet
De inname van vetten is in Nederland gemiddeld 84 g/dag (34,7 En%/dag). De inname is hoger voor jongens/mannen (96 g/dag) dan voor meisjes/vrouwen (72 g/dag). De bijdrage van vetten aan de energie-inname is voor de beide geslachten vrijwel gelijk. Dit geldt ook voor de inname van vetten voor volwassenen of kinderen met overgewicht/obesitas in vergelijking tot volwassenen of kinderen met een normaal of ondergewicht. De bijdrage van vetten aan de energie-inname is voor volwassenen wel iets hoger dan voor kinderen. Het opleidingsniveau van volwassenen geeft verder ook weinig verschil in inname van vetten. De belangrijkste bronnen van vetten zijn zuivel (19,3%), vetten en oliën (18,2%) en vlees(producten) (18,1%).

 

Verzadigde vetzuren
De inname van verzadigde vetzuren is in Nederland gemiddeld 30 g/dag (12,6 En%/dag). De inname is hoger voor jongens/mannen (34 g/dag) dan voor meisjes/vrouwen (26 g/dag). De bijdrage van verzadigde vetzuren aan de energie-inname is voor jongens/mannen en meisjes/vrouwen vrijwel gelijk. Ook is de inname van verzadigde vetzuren bij volwassenen met overgewicht/obesitas vrijwel evenveel als de inname bij volwassenen met een normaal of ondergewicht. Ook het opleidingsniveau maakt weinig uit. Ook kinderen met overgewicht/obesitas eten vrijwel evenveel verzadigde vetzuren (25 g/dag; 11,7 En%/dag) als kinderen met een normaal of ondergewicht (25 g/dag; 11,8 En%/dag). Voor kinderen met hoogopgeleide verzorgers is de inname van verzadigde vetzuren lager (24 g/dag) dan voor kinderen met lager opgeleide verzorgers (26 g/dag).

 

Onverzadigde vetzuren

Meervoudig onverzadigde vetzuren dragen in Nederland gemiddeld 6,8 % bij aan de inname van energie per dag. De bijdrage is gelijk voor jongens/mannen en voor meisjes/vrouwen en voor hoogopgeleide volwassenen of laagopgeleide volwassenen. Enkelvoudig onverzadigde vetzuren dragen in Nederland gemiddeld 12,2 % bij aan de inname van energie per dag. Linolzuur draagt in Nederland gemiddeld 5,6 % bij aan de inname van energie per dag. Alfa-linoleenzuur draagt in Nederland gemiddeld 0,7% bij aan de inname van energie per dag. Geslacht en opleidingsniveau geven voor al deze categorieën weinig verschil in inname. De inname van visvetzuren (EPA en DHA) is in Nederland gemiddeld 158 mg/dag. Zonder de bijdrage van supplementen is dit 147 mg/dag. Opleidingsniveau maakt hier ook weinig uit maar geslacht maakt wel uit: De inname is hoger voor jongens/mannen (165 mg/dag) dan voor meisjes/vrouwen (152 mg/dag). Ook de leeftijd maakt uit: de inname van visvetzuren (EPA en DHA) is voor volwassenen hoger (177 mg/dag) dan voor kinderen (90 mg/dag).

 

Transvetzuren

Transvetzuren dragen in Nederland gemiddeld 0,3 % bij aan de inname van energie per dag. Geslacht en opleidingsniveau geven weinig verschil in inname.

Micronutriënten: vitamine D

De inname van vitamine D uit alleen voedingsmiddelen is in Nederland gemiddeld 3 µg/dag. De inname van vitamine D uit voeding en supplementen is in Nederland gemiddeld 5 µg/dag. De inname van vitamine D is voor volwassenen hoger (5,2 µg/dag) dan voor kinderen (4,6 µg/dag). Kinderen tot 3 jaar en ouderen (71-79 jaar) hebben de hoogste inname uit supplementen. De inname van vitamine D is voor volwassenen met overgewicht/obesitas lager (4,6 µg/dag) dan voor volwassenen met een normaal of ondergewicht (5 µg/dag). Ook voor kinderen met overgewicht/obesitas is de inname van vitamine D minder (3,7 µg/dag) dan voor kinderen met een normaal of ondergewicht (5,1 µg/dag). De inname van vitamine D is voor hoogopgeleide volwassenen is vrijwel gelijk (5,1 µg/dag) aan die voor laagopgeleide volwassenen (5,6 µg/dag). Voor kinderen met hoogopgeleide verzorgers is de inname van vitamine D hoger (5,2 µg/dag) dan voor kinderen met lager opgeleide verzorgers (3,4 µg/dag). De meeste vitamine D wordt gegeten tijdens het diner.

De meeste vitamine D komt uit vetten en oliën (27,5%), gevolgd door vlees(producten) (21,8%) en voedingssupplementen (14,7%). De Gezondheidsraad gaat ervan uit dat kinderen en volwassenen die voldoende buitenkomen ongeveer tweederde van hun behoefte uit blootstelling van de huid aan zonlicht verkrijgen en ongeveer een derde via de voeding.

 

Overige micronutriënten:

Nieuwe website

Het RIVM bracht het voedingspatroon van ruim 4000 mensen in de leeftijd van 1 tot en met 79 jaar in kaart. Om de grote hoeveelheid gegevens beter en makkelijker toegankelijk te maken voor een breed publiek is met dit onderzoek ook de nieuwe website: ‘wat eet Nederland’ gelanceerd. Via de website kunnen tabellen op maat samengesteld worden.

 

Laatst gewijzigd: 26 november 2018