Geactualiseerde Schijf van Vijf bevestigt belangrijke rol van oliën en vetten
Voor de oliën- en vettensector verandert er relatief weinig. Oliën en vetten blijven expliciet onderdeel van een gezond voedingspatroon vanwege hun rol als bron van onverzadigde en essentiële vetzuren en vetoplosbare vitamines. Tegelijkertijd laten actuele consumptiecijfers zien dat Nederlanders gemiddeld nog altijd minder vetten en oliën consumeren dan wordt aanbevolen.
Duurzaamheid en voedselveiligheid nadrukkelijker meegenomen
De Schijf van Vijf is een doorvertaling van de Richtlijnen Goede Voeding van de Gezondheidsraad, die vorig jaar geactualiseerd zijn. Een belangrijke ontwikkeling in de nieuwe Schijf van Vijf is dat duurzaamheid en voedselveiligheid explicieter zijn geïntegreerd in de onderliggende modellen. Daarbij gaat het onder meer om factoren zoals broeikasgasuitstoot, watergebruik en contaminanten, waaronder PFAS. Hoewel deze aspecten voor consumenten minder zichtbaar zijn in de uiteindelijke voedingsadviezen, spelen ze wel degelijk een rol in de wetenschappelijke onderbouwing van de Schijf van Vijf.
Meer nadruk op plantaardige voeding
De meest zichtbare veranderingen hebben betrekking op de verhouding tussen dierlijke en plantaardige voedingsmiddelen. Zo wordt de aanbevolen maximale consumptie van vlees verlaagd van 500 naar 300 gram per week, waarvan maximaal 100 gram rood vlees. Ook de aanbevolen hoeveelheid kaas wordt teruggebracht van 40 naar 20 gram per dag. Daar staat tegenover dat de aanbevolen consumptie van peulvruchten juist aanzienlijk stijgt naar 250 gram per week.
In eerdere richtlijnen bleef het advies over peulvruchten relatief algemeen geformuleerd (“eet wekelijks peulvruchten”), wat in de praktijk neerkwam op ongeveer 120 tot 180 gram per week. De 250 gram per week betekent een duidelijke verhoging. Voor mensen die geen vlees eten ligt de aanbevolen hoeveelheid nog hoger, omdat peulvruchten een belangrijke bron van plantaardige eiwitten vormen. Daarmee sluit de actualisatie nadrukkelijk aan bij zowel gezondheidsdoelstellingen als duurzaamheidsambities en vormt zij opnieuw een stap binnen de bredere eiwittransitie.
Oliën en vetten: vooral verfijning, geen koerswijziging
Voor de oliën- en vettensector is vooral relevant dat de basis ongewijzigd blijft. Het advies om verzadigde vetten zoveel mogelijk te vervangen door onverzadigde vetten blijft overeind. Plantaardige oliën, vloeibare vetten en zachte margarines blijven dan ook onderdeel van de Schijf van Vijf.
Ook de aanbevolen dagelijkse hoeveelheden vetten en oliën veranderen nauwelijks ten opzichte van eerdere versies van de Schijf van Vijf. Waar eerdere richtlijnen nog werkten met vaste waarden of bredere bandbreedtes, zijn deze in de update van 2026 vertaald naar concretere aanbevolen dagelijkse hoeveelheden per leeftijds- en doelgroep.
Voor volwassenen van 19 tot 50 jaar geldt bijvoorbeeld een aanbeveling van 55 gram per dag voor mannen en 45 gram voor vrouwen. Voor de leeftijdsgroep van 51 tot 69 jaar ligt dit op respectievelijk 50 en 40 gram per dag. Daarmee bevestigt het Voedingscentrum dat sprake is van een verfijning van bestaande richtlijnen, en niet van een fundamentele wijziging in de aanbevolen vetinname.
Aanbevolen dagelijkse hoeveelheden vetten en oliën
| Leeftijdsgroep | Jongens / mannen | Meiden / vrouwen |
| 1–3 jaar | 20 g | 20 g |
| 4–9 jaar | 25–40 g | 25–40 g |
| 10–12 jaar | 40–50 g | 40–50 g |
| 13–17 jaar | 50–60 g | 45–50 g |
| 18–50 jaar | 55 g | 45 g |
| 51–69 jaar | 50 g | 40 g |
| ≥70 jaar | 50–55 g | 35–40 g |
Volledig plantaardig voedingspatroon
| Leeftijdsgroep | Jongens / mannen |
| 1–3 jaar | niet gespecificeerd |
| 4–9 jaar | niet gespecificeerd |
| 10–12 jaar | niet gespecificeerd |
| 13–17 jaar | niet gespecificeerd |
| 18–50 jaar | 55 g |
| 51–69 jaar | 55 g |
| ≥70 jaar | niet gespecificeerd |
De tabellen laten zien dat de aanbevolen hoeveelheden tussen verschillende voedingspatronen grotendeels stabiel blijven. Een opvallende uitzondering is het volledig plantaardige voedingspatroon voor volwassenen van 18 tot 50 jaar, waarbij de aanbevelingen voor mannen en vrouwen gelijk worden getrokken op 55 gram per dag.
Praktische vertaling naar dagelijkse consumptie
In de praktijk vertaalt het Voedingscentrum deze modeluitkomsten naar concrete dagelijkse adviezen per doelgroep. Voor mannen van 51 tot 69 jaar komt dit bijvoorbeeld neer op ongeveer 50 gram vetten en oliën per dag. Dat gebruik bestaat grofweg uit:
- het besmeren van ongeveer zes sneetjes brood met margarine of halvarine (ongeveer 6 gram per snee), goed voor circa 30–35 gram;
- vetten die worden gebruikt bij de bereiding van maaltijden, ongeveer 15 gram per dag.
Productcriteria blijven ongewijzigd
Ook de criteria die bepalen welke producten wel of niet binnen de Schijf van Vijf vallen, blijven ongewijzigd. Voor smeer- en bereidingsvetten gelden onder meer de volgende voorwaarden:
| Criteria | Maximale hoeveelheid |
| Verzadigd vet | maximaal 30% van het totale vetgehalte |
| Transvet | maximaal 1 gram per 100 gram product |
| Natrium | maximaal 160 mg per 100 gram product |
Deze productspecifieke criteria moeten zorgen voor een gunstige verhouding tussen verzadigde en onverzadigde vetten. Daardoor blijven vloeibare margarines, zachte smeervetten en plantaardige oliën zoals zonnebloemolie en olijfolie onderdeel van de Schijf van Vijf, terwijl harde vetten zoals boter, kokosvet en harde frituurvetten daarbuiten vallen.
Consumptie blijft achter bij aanbevelingen
De vernieuwde Schijf van Vijf bevestigt daarmee de stabiele positie van oliën en vetten binnen de Nederlandse voedingsrichtlijnen. Tegelijkertijd verschuift het totale voedingspatroon verder richting meer plantaardige consumptie. In combinatie met de afname van dierlijke producten onderstreept dit het belang van plantaardige oliën en verrijkte smeervetten als bron van essentiële voedingsstoffen.
Opvallend is bovendien dat de daadwerkelijke consumptie van vetten en oliën in Nederland nog altijd fors onder de aanbevelingen ligt. Uit gegevens van “Wat eet Nederland” blijkt dat de gemiddelde inname vaak rond de 20 à 21 gram per dag ligt — ongeveer de helft van de aanbevolen hoeveelheid. Dat onderstreept volgens het artikel de noodzaak om smeer- en bereidingsvetten nadrukkelijker te positioneren als belangrijke bron van onverzadigde vetzuren en micronutriënten zoals vitamine A, D en E.
