Vet- en eiwitinname van Nederlandse kinderen

Voedingspatronen worden veelal op jonge leeftijd gevormd en blijven vaak tot op latere leeftijd van invloed. Het aanleren van gezonde eetgewoonten bij kinderen is dan ook belangrijk voor een goede hart- en hersengezondheid op volwassen leeftijd. Dat maakt kennis over de huidige voedingsinname van kinderen extra belangrijk. Het doel van de hier beschreven studie was om inzicht te krijgen in de inname van eiwitten en vetten via de dagelijkse voeding van kinderen tussen de 3 en 11 jaar. Voor wat betreft vetten ligt de inname binnen de norm.

Studieopzet voedingsonderzoek onder Nederlandse kinderen

Een recente studie gepubliceerd door onderzoekers van Wageningen Food Safety Research (WFSR), de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) beschrijft de resultaten van een voedingsonderzoek onder 817 Nederlandse kinderen in de leeftijd van 3 tot 11 jaar. Deze ‘Total Diet Study’ maakte gebruik van gegevens uit de nationale Voedselconsumptiepeiling. Voor dit onderzoek zijn voedingsgegevens van twee niet-opeenvolgende dagen verzameld via door ouders en verzorgers ingevulde voedselvragenlijsten. Zowel de voedingswaarde van onbewerkte ingrediënten is gebruikt als de samengestelde complete gerechten. De voedingsmiddelen zijn gekocht, bereid en geanalyseerd op hun macronutriënt-samenstelling. De resultaten van de analyses zijn vergeleken met waarden in voedingswaardetabellen.

Resultaten: vetinname binnen de marges en te veel eiwit

Deze studie laat zien dat de totale vetconsumptie van kinderen over het algemeen binnen de norm – maar dicht bij de maximale aanbevolen inname – valt. De gemiddelde vetinname stijgt van 56 gram per dag voor 3 tot 5-jarigen naar 77 gram per dag voor de 9 tot 11-jarigen. Opvallend was de voedingsgroep die het meeste bijdroeg aan de totale vetinname: chocolade. Naast chocolade droegen ook vooral de groepen ‘margarine en boter’, ‘oliën en vetten’ en ‘kaas’ bij aan de vetinname. Al deze groepen dragen elk tussen de 7 en 8,8 procent bij aan de vetinname. Opvallend is dat de inname vanuit de productgroep ‘oliën en vetten’  minder bijdraagt aan de totale vetinname dan het Voedingscentrum aanbeveelt in de nieuwe Schijf van Vijf.

De geanalyseerde olie- en vetproducten die gegeten zijn, bevatten tussen de 42,5 en 72,5 gram vet per 100 gram. Hieruit blijkt dat er alleen producten gegeten zijn die tussen een halvarine of margarine in zaten qua vetpercentage, geen lightproducten.

Uit de resultaten blijkt dat de gemiddelde eiwitinname van Nederlandse kinderen zeer ruim boven de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid ligt. De belangrijkste bronnen van eiwitten in het dieet van kinderen zijn graanproducten (vooral brood, 22%) en zuivelproducten (rond de 18%).

De eiwit- en vetinname op basis van de geanalyseerde voedingsmiddelen, waren vergelijkbaar met de gegevens van de Nederlandse voedingswaardetabel (NEVO). Dit maakt deze methode ook geschikt voor landen en/of regio’s waar minder gedetailleerde productbeschikbaar zijn.

Conclusie

Waar de inname van totaal vet relatief hoog is maar grotendeels binnen de aanbevolen grenzen valt, is de inname van eiwitten door Nederlandse kinderen hoger dan aanbevolen. De inname vanuit de productgroep zoals die benoemd wordt in de Schijf van Vijf draagt bij aan de vetinname, maar is desondanks lager dan aanbevolen. Deze inzichten kunnen helpen bij het ontwikkelen van voedingsvoorlichting gericht op kinderen en hun ouders.

Klik hier voor het originele artikel in Journal of Food Composition and Analysis (februari 2026)

Vet- en eiwitinname van Nederlandse kinderen