De noodzaak van een meer agressieve benadering van cholesterolverlaging

In zijn presentatie tijdens het online congres van de European Atherosclerosis Society (EAS) ging Prof Dr. John Kastelein, professor Internal Medicine aan de Universiteit van Amsterdam, in op het verleden, heden en de toekomst van cholesterolverlaging, en bepleitte hij de noodzaak van een meer agressieve benadering van cholesterolverlaging.

Tijdens het congres van de EAS begon professor Kastelein met het biologische bewijs dat nu, hand-in-hand met epidemiologische en klinische trials, aantoont dat verlaging van LDL-cholesterol de vorming van atherosclerose vermindert. LDL-cholesterol is direct verantwoordelijk voor het ontstaan van artherosclerose, terwijl vele andere zaken, zoals roken, een hoge bloeddruk en diabetes de aandoening verergeren, maar geen causale factoren zijn. Andere factoren waarvan we eerder dachten dat ze een oorzakelijk verband hadden, bleken ‘toevallige omstanders’ te zijn, zoals onder andere homocysteine en C-reactive protein (CRP). Veel onderzoek wordt op dit moment nog gedaan naar LDL-cholesterol, maar in toekomstige studies zal vaker naar apoB-waarden worden gekeken (Sniderman & Peterson, 2017), zo gaf hij aan. Voor meer info over LDL-cholesterol versus apoB zie dit artikel

Prof. Kastelein benoemde drie aandachtspunten in het huidige denken over cholesterolverlaging. Het adagium van veel behandelaars is: hoe lager, hoe beter. Daar zou in zijn ogen bij moeten komen: hoe eerder, hoe beter. Hoe langer behandelt wordt, oftewel hoe eerder de behandeling gestart wordt, hoe meer gezondheidswinst wordt bereikt. Een tweede aandachtspunt dat hij noemde is het combineren van meerdere therapieën (Ference, 2015). Enkel statines zijn niet voldoende om het LDL-cholesterol optimaal te verlagen. Het combineren van statines met bijvoorbeeld ezetimibe (Cannon, 2015) of evolocumab (Fourier, 2017) blijkt meer effectief te zijn in het verlagen van het risico op overlijden door hart en vaatziekten, hartinfarcten en beroertes, dan de behandeling met een enkel medicijn. Ten derde pleitte prof. Kastelein voor een meer agressieve aanpak en doelstelling wat betreft cholesterol. Hij is er voorstander van om het LDL-cholesterol niet te verlagen naar een acceptabel niveau, maar om het te elimineren. Waar andere biomarkers zoals bloeddruk en bloedglucose een biologische drempelwaarde hebben, geldt dit naar zijn mening niet voor LDL-cholesterol. Hij benadrukte dat al in 2014 werd aangetoond dat zeer lage LDL-cholesterolwaarden (minder dan <50 mmol/l) resulteerden in een sterk gereduceerd ziekterisico (Boekholdt, 2014). Zelfs verdere verlaging (minder dan 0,26 mmol/l LDL-cholesterol) geeft nog additionele voordelen, zonder bekende veiligheidsrisico’s (Giugliano, 2017).

Kijkend naar toekomstige kansen en uitdagingen ziet prof. Kastelein nieuwe manieren van behandeling. Wanneer LDL-cholesterol voldoende onder controle is, kan het vizier verlegd worden naar andere doelwitten. Zo lopen er verschillende veelbelovende onderzoeken naar onder andere Lipoprotein(a), Apolipoprotein C-III (apoC-III), en Angiopoietin-like protein 3 (AngPTL3).

De volledige presentatie is terug te kijken op de website van EAS (na inloggen).

De noodzaak van een meer agressieve benadering van cholesterolverlaging